Voorpaginafoto
Protestantse Gemeente Noordwijk

 

Bij elk nieuw Liedboek dat wordt uitgebracht is het voor een redactie altijd lastig om te bepalen welke liederen er komen te vervallen en welke liederen er nieuw zullen worden opgenomen. Dat er liederen vervallen is uiteraard noodzakelijk want anders zouden liedbundels steeds dikker en minder hanteerbaar worden! Daarbij moeten regelmatig beslissingen genomen worden waar niet ieder het mee eens is…

Vanaf het begin van het ontwikkelingsproces van ons volgend jaar uit te komen Liedboek stond vast dat de 150 psalmen (het ‘Geneefse’ psalter) integraal zullen worden opgenomen in de nieuwe bundel. Daarom nu aandacht voor de geschiedenis van onze psalmen, te meer omdat het Geneefse Psalter dit jaar een jubileum viert: Exact 450 jaar geleden (in 1562) verscheen in Genève een complete psalmbundel.

De titel luidde destijds: “Les pseaumes, mis en rime Françoise” (zie illustratie). Gedurende 23 jaar jaar was er gewerkt aan de bundel waarvan in de tussenliggende jaren verschillende deeledities waren verschenen. Het psalmboek bevatte alle 150 psalmen in metrisch-strofische vorm op 125 verschillende melodieen (sommige psalmen maken gebruik van dezelfde melodie) en kan gezien worden als één van de grootste culturele nalatenschappen van de calvinistische Reformatie.

 

De geschiedenis van het ontstaan van de bundel hangt ten nauwste samen met de persoon en het werk van Johannes Calvijn, de reformator die o.a. in Nederland zeer invloedrijk is geweest.

Calvijn (geboren in Frankrijk als Jehan Cauvin) kwam in Straatsburg, waar hij gedurende twee jaar predikant was, in aanraking met een bundeltje dat de gemeente aldaar sinds 1524 gebruikte, geheten ‘Teutsch Kirchenampt mit Löbsangen und gottlichen Psalmen`. Hierin stonden enkele psalmen die Calvijn zodanig bevielen, dat hij daarop zelf een aantal psalmen in het Frans begon te bewerken. De melodieën in dit bundeltje waren afkomstig van Matthias Greitter (aanvankelijk een geestelijke, later cantor van de Duitse gemeente in Straatsburg) en Wolfgang Dachstein. Laatstgenoemde was oorspronkelijk eveneens een monnik en nog een studiegenoot van Luther geweest).

Tegelijkertijd vond hij een boekje met een aantal anonieme psalmberijmingen, die achteraf van de Franse hofdichter Clément Marot bleken te zijn.

Calvijn stelde hieruit een nieuw bundeltje samen, geheten ‘Aulcuns Pseaumes et cantiques mys en chant” (Straatsburg, 1539). Het bevatte 13 psalmen van Marot, 6 psalmen van Calvijn, de Lofzang van Simeon, de Tien Geboden en het Credo. De melodieën hiervan waren deels ontleend aan bestaande Duitse psalmen uit Straatsburg en deels voor deze berijming nieuw gecomponeerd.

De meest bekende melodie van Straatsburgse herkomst is Greitter’s melodie bij de Duitse berijming van Psalm 119. Calvijn berijmde op deze melodie Psalm 36. De melodie werd ook gebruikt voor een berijming van Psalm 68. Het is de langste melodie van heel het psalter. De Lutherse traditie heeft op deze melodie de tekst “O Mensch bewein dein Sünde Gross”, ook wel bekend uit de Matthäus Passion van J.S. Bach.

 

Vanaf 1541 is Calvijn weer werkzaam in Genève en komen er weer bundels uit. Calvijn zag zelf in dat hij het berijmen van psalmen beter kon overlaten aan echte vakmensen en trok al zijn eigen psalmen in ten gunste van die van Marot. Nieuwe melodieën in deze bundel waren afkomstig van Guillaume Franc die als cantor (voorzanger) in Genève ook de speciale taak had om de kinderen in het zingen van de psalmen te onderwijzen om daarbij de gemeente te ondersteunen bij het aanleren van de nieuwe psalmen.

In 1545 wordt de taak van Franc als psalmcomponist overgenomen door Louis Bourgeois. Inmiddels was de dichter Marot opgevolgd door Théodore de Bèze. In 1551 waren 83 psalmen gereed (de bundel “Pseaumes octantetrois de David, mis en rime Françoise”). Deze bundel werd pas in 1969 in een Amerikaanse (!) bibliotheek ontdekt.

Uiteindelijk verschijnt dan in 1562 de uitgave met alle 150 psalmen, met nog eens 40 nieuwe melodieen, die overigens niet van Bourgeois zijn, maar gecomponeerd door Maistre Pierre, iemand van wie de identiteit tot op heden niet kon worden vastgesteld.

Terug naar Kerkmuziek